lichess.org
Donate
Aurèle Lenoir (eigen foto)

Aurèle Lenoir (eigen foto)

Aurèle Lenoir: een interview

ChessChess Personalities
Aurèle Lenoir (25/12/1937, Esen), een levende legende in het West-Vlaamse schaakwereldje. Op 14 maart 2026 mocht ik hem interviewen en leerde ik een veelzijdig man kennen, die nog steeds een groot hart heeft voor het schaakspel.

Toen hij 10-11 jaar was is hij beginnen met schaken; niet omdat zijn vader het hem heeft geleerd – diens hobby was duivenmelken. Op vakantiekamp met de KSA in de Ardennen, zag hij een pater op rust analyseren op een bord, en Aurèle toonde interesse. De pater liet Aurèle winnen, en zo kreeg hij smaak te pakken. Met een ingesteldheid die erop gericht was om “altijd te winnen”, hetzij in sport, studies of spel, was deze uitdaging weer iets om zijn tanden in te zetten.

We zijn dan net na WOII en schaakspellen zijn er niet meteen te koop, dus maakte hij er zelf één uit hout. Een schaakset waarvan hij nog altijd spijt heeft dat het verloren is gegaan. Tot 18 jaar speelde hij losse partijtjes met een vriend. Dan kwamen de studies – Aurèle werd regent wiskunde (hij zat samen op internaat in Torhout met Jozef Reynaert, later voorzitter van de Roeselaarse schaakclub de Torrewachters), en daarna het huwelijk (in Veurne 1962). In het begin van zijn carrière onderwees hij diverse vakken, van biologie, over Nederlands tot wiskunde. Later bleef hier enkel nog wiskunde van over – en neen, wiskunde was geen gespreksonderwerp met collega schakers Jozef Reynaert of Herman Ottevaere.

Met enkele andere Veurnse spelers, die hij had leren kennen uit losse babbels op café, richtte hij in 1963 de Veurnse schaakclub “Het Witte Paard” op. Zijn medestichters, voorzitter Lode Ronsmans, Gilbert Degraeuwe, Jan Vancauwenberghe, heeft hij ondertussen allang overleefd. Het Witte Paard was trouwens niet de eerste schaakclub in Veurne. De vader van Hugo Spilliaert (1935-2016), André, was een goed schaker, en speelde in Veurne circa 1953 in “Het Paard van Troje”, de eerste club in Veurne. Poperingnaar Alfons Kaesteker, ook een sterk speler, en de schoonbroer van Aurèle, was in die periode soldaat in Koksijde, en kwam in Veurne interclub spelen. Die club stopte echter na enkele jaren, vermoedelijk wegens een tekort aan spelers die uit Veurne zelf kwamen, met andere woorden een gebrek aan lokale draagkracht. Een typisch geval van hoogconjunctuur, gevolgd door een (korte) periode van laagconjunctuur.

Terug naar de nieuwe club; na enkele jaren waarbij ze voornam elijk tegen elkaar speelden, begon de microbe bij de jonge spelers te kriebelen om ook tegen andere schakers hun krachten te testen. De ligakampioenschappen waren een uitkomst, maar als club begonnen ze ook aan een IC-avontuur. Dat lukte bijzonder goed, en tegen het einde van de 60’er jaren, begin 70’er jaren waren ze opgeklommen tot tweede nationale, waar ze twee seizoenen speelden, vooraleer ze terug zakten naar derde. Dat betekende tegenstanders als Devos, Van Osmael, ... en verplaatsingen met de auto naar Brussel en Antwerpen. Maar ook de klassieke West-Vlaamse namen waren toen al tegenstanders: Herman Ottevaere, Jacques Roose, Alex Callens, Johan Denolf, René Lepla, en de Ieperse spelers dokter Debrulle en Jean Gits. In die tijd waren openingen (geleerd uit de boeken van Euwe en Schwarz) zijn forte – Alex Callens noemde hem in die periode zelfs een levende encyclopedie.

Aurèle zelf werd 20 keer clubkampioen in Veurne; gezien zijn carrière van 60 jaren, is dat gemiddeld één titel op drie jaar, en Aurèle heeft toch diverse sterke spelers “zien passeren” in Veurne waaronder niet in het minst de Soetewey-broers (waarvan Patrick trouwens opnieuw is beginnen spelen). In het lopende seizoen 2025-26 werd hij nog gedeeld derde (nadat hij door een verkeerd offer zijn laatste partij verloor). Hij werd enkele keren ligakampioen in diverse klassen, maar is vooral trots op zijn reputatie van de simultaans in Oostende, waar hij bijna consequent goede resultaten haalde tegen de grootmeesters; het leverde hem de bijnaam giant killer op.

Een verdienstelijke vermelding verdient hij zeker als organisator van het NK 1983 in Veurne. Daar heeft hij nog een dik fotoalbum van, wat zijn herinneringen hierover ondersteunt. Had hij geweten wat hij zich op de hals had gehaald, dan zou hij er niet aan begonnen zijn. Een budget van 1 miljoen BEF (zonder inflatiecorrectie goed voor 25.000 EUR), 172 deelnemers (toen een record qua aantal deelnames), en met nevenactiviteiten zoals een schaak-geïnspireerde kunstmarkt, en tegen de muren van de sporthal waarin gespeeld werd, zo’n 300-tal pentekeningen door jongelui, die later door de artiesten op hun merites werden geëvalueerd en beloond.

Aurèle heeft ooit even correspondentie gespeeld, maar toen hem duidelijk was dat er meer en meer spelers met computers speelden, was de lol er voor hem af en liet hij dat wereldje voor wat het was.

Gezien zijn hoge leeftijd is hij nu “gedwongen” tot sneller spel, omdat hij anders last krijgt van concentratieverlies en verminderd doorzettingsvermogen. Op zich geen probleem voor hem, want ik herinner me onze vroegere onderlinge partijen, waarin hij vaak een voorsprong had op de klok. Niettemin zorgt dat snellere spel ervoor dat hij zijn ambities achter het bord moet bijstellen – soms speelt hij hierdoor een onvoldoende doorgerekend offer. Daarom ook zijn keuze voor de Zwarte Leeuw die hij nu aanhoudt: een vast plan voor koningsaanval, met een goede kans op offers, en eveneens een prima opzet tegen die nieuwerwetse London-systemen. De minpunten van zijn hoge leeftijd verhinderen hem niet om te blijven spelen – hij is geen speler die gefrustreerd is omdat hij minder elo (ego) punten heeft dan vroeger.

Zijn speelstijl was altijd aanvallend, vertrekkend van scherpe of ongebruikelijke openingen – positionele melkpartijen lagen hem minder. Ook wou hij altijd iets anders spelen tegen dezelfde tegenstanders, enerzijds om voorbereiding te vermijden, anderzijds ook om het interessant te houden.
Zijn grootste nalatenschap is zijn schaakmuseum (zo’n 20.000 stuks), verzameld over een periode van meer dan 50 jaren, waar hij terecht trots op is. Waar de meeste schaker-verzamelaars focussen op boeken en tijdschriften (en soms postzegels, zoals Karpov), heeft Aurèle zijn aandacht gericht op vooral postkaarten (zo’n 5000-tal, mooi geordend in wat zo’n 50-tal grote ringmappen moet zijn), aangevuld met schaaksets, beeldjes en talrijke andere accessoires met schaken als thema, schaakboeken, en natuurlijk zijn trofeeën die hij in de loop van 60 jaar heeft behaald. Hij heeft een oud boekje van Dufresne, hij heeft de eerste schaakpostzegel ter wereld in zijn verzameling, en talrijke mooie schaaksets. In aankoopprijs ongetwijfeld meer dan 20-30 kEUR waard, en waarschijnlijk uniek in België.

20260314_153853.jpg

Aurèle is nog altijd vlot met de computer – actueel werkt hij aan een familiealbum, waarbij hij foto’s retoucheert. Zijn ander schrijfwerk – een geschiedenis van het schaken – staat even op een laag pitje, omdat zijn vrouw een zware operatie moest doorstaan, maar nu gelukkig weer thuis is na een wekenlange ziekenhuisopname.

Naast het NK van 1983 heeft hij nog enkele andere voetnoten in de schaakgeschiedenis nagelaten. Zo was zijn partij tegen Bart Meijfroidt in het kk van Veurne even een wereldrecord, want winst voor wit zonder dat een stuk geslagen was. Zijn hoogste elo was 2056 (in de jaren 80), maar zelfs die ratings van toen waren nog hoger (lees: “meer waard”) dan wat ze nu zijn. Actueel zit Aurèle aan 2321 partijen (hij heeft nog al zijn schaakformulieren, en ik denk dat hier nog een onontgonnen schat aan materiaal zit), en is hiermee één van de meest actieve spelers van België. Buitenlandse tornooien waarin hij meespeelde waren onder andere Gonfreville en Cappelle-la-Grande, en verder vooral Belgische tornooien. Natuurlijk was zijn job als leraar bepalend welke tornooien hij kon meespelen, vandaar dat hij beperkt was in zijn keuze – ook moest hij als goede huisvader rekening houden met zijn plichten in het gezin en tegenover zijn vrouw...

Zijn schaakambities zijn nog altijd sterk aanwezig, zo was hij ten tijde van het interview net terug van Cappelle-la-Grande (hier haalde hij nog 4/9), en kijkt hij nu al uit naar het NK van Borgerhout.

Dit was voornamelijk een schaakinterview, maar Aurèle heeft ook veel betekend voor het bredere verenigingsleven in Veurne. Zo was hij meer dan tien jaar lang een gewaardeerd medewerker voor Jeugdsport Veurne en voor de meisjesvoetbalploeg van het Veurnse college. Zelf was hij tot zijn 65ste elke maandagavond doelverdediger bij de minivoetbalploeg van de leraars van het college. Hij was 32 jaar lid (waarvan 26 jaar bestuurslid en 20 jaar voorzitter) van de biljartclub De Zonnebloem – die hij nog altijd twee keer per week frequenteert. Hij richtte ook een computerclub op, was feestleider in het college en organiseerde kwissen in diverse verenigingen, enzovoort... er komt bijna geen einde aan de verenigingen waar Aurèle een vinger in had en heeft. Onder andere voor al deze inspanningen kreeg hij in 2005 de trofee van sportverdienste van de stad Veurne, en kreeg hij in 2012 de onderscheiding “Krak van Veurne”, een trofee van de Krant van West-Vlaanderen.

Dit was een boeiend interview, en ik denk dat Aurèle nog veel meer kan vertellen over vroeger dagen, maar na twee uur praten en herinneringen ophalen, vond ik dat ik genoeg gebruik had gemaakt van de gastvrijheid en was het tijd om afscheid te nemen. Bij deze nog een welgemeende dank u aan Aurèle en nog veel schaakplezier in de komende jaren!